Naslagwerk · M&A-begrippen

Begrippenlijst bedrijfsovername, de M&A-taal kort uitgelegd

Bedrijfsovernemen kent een eigen taal. EBITDA, multipliers, locked-box, R&W, NRR, BOR — voor wie er niet dagelijks mee werkt is het al snel een onbegrijpelijke afkortingenwirwar. Op deze pagina vindt u de meest gebruikte termen in M&A en bedrijfsovername, kort uitgelegd in begrijpelijk Nederlands. Gegroepeerd per categorie, met aandacht voor de specifieke Nederlandse juridische en fiscale context.

Inhoudsopgave

De termen zijn gegroepeerd in 8 categorieën. Klik op een categorie om er direct naartoe te springen. Iedere term heeft een eigen anchor zodat u er rechtstreeks naar kunt verwijzen.

22 termenWaardering & financieel 14 termenTransactietypes 21 termenProces & fases 28 termenJuridisch & contractueel 14 termenSpelers & rollen 19 termenFinanciering & deal-structuren 14 termenSaaS- en tech-specifiek 20 termenSpecifiek Nederland (juridisch & fiscaal)
Categorie

Waardering & financieel

23 termen.

Adjusted EBITDA

EBITDA na correcties voor eenmalige posten, niet-marktconforme uitgaven en boekhoudkundige bijzonderheden. Hetzelfde concept als genormaliseerde EBITDA, met deze Engelstalige term meer gangbaar bij internationale kopers.

Bridge (EV naar equity)

Het rekenkundige overzicht dat enterprise value omzet naar equity value. Posten zoals net debt, werkkapitaalafspraak, pensioenverplichtingen en overige cash-like items komen hier samen.

DCF

Discounted Cash Flow-methode. Toekomstige vrije kasstromen contant gemaakt tegen een disconteringsvoet (WACC). Gebruikt naast multiplier-methode voor bedrijven met afwijkende groei- of investeringspatronen.

EBIT

Earnings Before Interest and Taxes. Operationele winst vóór rente en belasting, na afschrijvingen. Gebruikt voor bedrijven met substantiële capex of lease-verplichtingen.

EBITDA

Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization. Operationele winstgevendheid vóór financieringslasten, belasting en afschrijvingen. Standaard-basis voor bedrijfswaardering.

Enterprise value (EV)

De waarde van het bedrijf inclusief schulden, exclusief overtollige cash. Berekend als multiplier × EBITDA, uitgangspunt van prijsonderhandelingen.

Equity value

Wat de aandeelhouder ontvangt: enterprise value minus rentedragende schulden, plus overtollige cash, gecorrigeerd voor werkkapitaalafspraak. De daadwerkelijke verkoopopbrengst.

EV/Sales

Enterprise value gedeeld door omzet. Wordt gebruikt naast EBITDA-multiplier, vooral bij snel groeiende bedrijven met (nog) beperkte winstgevendheid.

Free cash flow (FCF)

Vrije kasstroom. Operationele cash minus capex en wijzigingen in werkkapitaal. Wat er overblijft voor schuldaflossing en uitkering aan aandeelhouders.

Genormaliseerde EBITDA

EBITDA gecorrigeerd voor eenmalige posten, niet-marktconforme DGA-vergoedingen, privé-uitgaven en tijdelijke voor- of nadelen. Basis voor de gerapporteerde waarderingsbasis.

Goodwill

Het verschil tussen koopprijs en de marktwaarde van de identificeerbare activa minus passiva. Boekhoudkundig op de balans van de koper na overname.

Koller-framework (value driver model)

Waarderingskader van Tim Koller (McKinsey) waarin bedrijfswaarde wordt gedreven door ROIC, groei en kapitaalkosten. Gebruikt naast DCF en multiplier voor onderbouwing van waarde-creatie-potentieel.

Multiple-arbitrage

Waarde-creatie door een bedrijf in te kopen op een lagere multiplier en te verkopen als onderdeel van een groter geheel met een hogere multiplier. Strategie van buy-and-build platforms.

Multiplier (multiple)

Het aantal keer EBITDA dat een koper bereid is te betalen. Verschilt per sector, bedrijfsgrootte en groei. Voor het Nederlandse MKB ligt het gemiddelde rond 5,0x EBITDA.

Net debt

Rentedragende schulden minus liquide middelen. Bridge-post tussen enterprise value en equity value, vaak onderwerp van discussie wat wel/niet als 'schuld' geldt.

NIRV (Nederlands Instituut voor Register Valuators)

De Nederlandse beroepsvereniging voor bedrijfswaarderingsspecialisten. Alleen wie de tweejarige postdoctorale opleiding business valuation heeft afgerond en is geslaagd bij de SWBO mag zich Register Valuator (RV) noemen en aansluiten bij het NIRV. Aangesloten leden zijn onderworpen aan gedrags- en beroepsregels en een klachtenregeling.

Quality of Earnings (QoE)

Diepgaande financiële DD-rapport dat onderzoekt hoe duurzaam en herhaalbaar de gerapporteerde EBITDA werkelijk is. Standaard onderdeel van professionele M&A-trajecten.

Register Valuator (RV)

Postdoctoraal opgeleide specialist op het gebied van bedrijfswaardering, ingeschreven bij het NIRV. Een RV-rapport wordt door rechtbanken, Belastingdienst en transactiepartijen als gezaghebbende waardering gezien bij waarderingsvraagstukken, geschillen en fiscale herzieningen.

ROIC

Return on Invested Capital. Operationeel rendement op geïnvesteerd kapitaal. Indicator van kapitaalefficiëntie en intrinsieke waarde-creatie.

Run-rate

Geannualiseerde recente performance. Bijvoorbeeld omzet over de laatste 3 maanden × 4. Gebruikt bij snel groeiende bedrijven om actuele performance weer te geven.

Target net working capital

De afgesproken normale werkkapitaalpositie waar het bedrijf op overgedragen wordt. Afwijkingen hiervan corrigeren de uiteindelijke koopsom.

TTM / LTM

Trailing / Last Twelve Months. Performance over de afgelopen 12 maanden, niet per kalenderjaar. Vaak gebruikt voor actuele waardering ('TTM EBITDA × multiplier').

WACC

Weighted Average Cost of Capital. Gewogen gemiddelde van de rendementseisen van eigen vermogen en vreemd vermogen. Disconteringsvoet bij DCF-waardering.

Working capital (werkkapitaal)

Voorraad + debiteuren minus crediteuren. Het kapitaal dat nodig is om dagelijkse bedrijfsoperaties te financieren. Bron van veel deal-discussies.

Categorie

Transactietypes

14 termen.

Asset deal

Overname van specifieke activa en passiva, niet van de juridische entiteit zelf. Vaak fiscaal voordelig voor de koper, minder voor de verkoper.

BIMBO

Buy-In Management Buy-Out. Combinatie van MBI en MBO: zittend management én externe manager nemen samen over. Werkt goed bij gedeeltelijke opvolging.

Carve-out

Verkoop van een bedrijfsonderdeel uit een grotere onderneming. Vraagt vaak operationele ontvlechting en tijdelijke service-overeenkomsten met de moeder (TSA's).

Earn-out structuur

Deel van de koopsom dat afhankelijk is van toekomstige performance (omzet, EBITDA, klantbehoud). Verzacht waarderings-meningsverschil tussen koper en verkoper.

Juridische fusie

Twee of meer vennootschappen smelten samen tot één rechtspersoon (art. 2:308 BW). Specifieke procedure met aandeelhoudersbesluit, deponering bij KvK en notariële akte.

Juridische splitsing

Eén vennootschap wordt gesplitst in twee of meer rechtspersonen (art. 2:334a BW). Zuiver splitsing of afsplitsing. Vaak voorbereiding op carve-out of opvolgingstraject.

Leveraged buy-out (LBO)

Overname met substantieel deel vreemd vermogen (typisch 50-60% senior debt). Het overgenomen bedrijf wordt zelf de schuldenaar.

MBI

Management Buy-In. Externe manager neemt een bedrijf over en wordt zelf operationeel verantwoordelijk. Vraagt eigen kapitaal én operationele ervaring.

MBO

Management Buy-Out. Het zittende management neemt het bedrijf over van de huidige eigenaar. Vaak gefinancierd met combinatie eigen vermogen, bank en vendor loan.

Pre-exit

Strategie waarbij een DGA een minderheidsbelang verkoopt aan een investeerder, met als doel binnen 3-5 jaar gezamenlijk te verkopen tegen een hogere multiplier.

Recapitalization (recap)

Herstructurering van de financieringsstructuur, vaak met cash-uitkering aan zittende aandeelhouders zonder volledige verkoop. Een 'gedeeltelijke exit' via balansherstructurering.

Share deal

Overname van de aandelen in een vennootschap. Het hele bedrijf inclusief alle rechten en verplichtingen gaat over. Standaard voor MKB-overnames in Nederland.

Spin-off

Afsplitsing van een bedrijfsonderdeel naar een aparte vennootschap die zelfstandig wordt voortgezet (vaak via dividend in natura aan aandeelhouders). Verschilt van een verkoop.

Trade sale

Verkoop aan een strategische bedrijfskoper (concurrent of complementair). De meest voorkomende exit-route voor MKB-DGA's.

Categorie

Proces & fases

21 termen.

Bid procedure

Gestructureerde veiling-procedure met meerdere kopers in concurrentie. Tegenhanger van one-on-one onderhandeling.

Binding offer (BO)

Bindend bod, na DD en negotiations. Definitieve prijs en structuur waarover de SPA wordt onderhandeld.

Bring-down certificate

Verklaring bij closing dat de garanties die bij signing zijn afgegeven ook bij closing nog correct zijn (geen tussentijdse 'breach').

Closing

Het moment waarop het eigendom daadwerkelijk overgaat: notariële akte van levering, betaling van de koopsom, vrijgave van escrow-bedragen.

Conditions precedent (CP's)

Voorwaarden waaraan moet worden voldaan tussen signing en closing voordat closing kan plaatsvinden. Bijvoorbeeld: mededingingstoestemming, financierings-bevestiging, instemming key-klanten.

Data room (VDR)

Beveiligde online-omgeving (typisch Intralinks, Datasite, of Drooms) waar alle DD-documenten worden gedeeld. Vervangt de fysieke 'data room' van vroeger.

Due diligence (DD)

Het systematische onderzoek dat een koper uitvoert vóór de transactie: financieel, fiscaal, juridisch, commercieel, HR, IT, milieu. Duurt typisch 4-8 weken.

Exclusiviteit

Periode waarin verkoper niet met andere partijen mag onderhandelen. Vraagt koper om DD-investering te kunnen doen. Typisch 6-12 weken.

Information memorandum (IM)

Het belangrijkste verkoopdocument: 30-80 pagina's met bedrijfspresentatie, financiële historie, prognose, marktanalyse en strategische rationale.

Letter of Intent (LOI)

Intentieovereenkomst tussen koper en verkoper. Vastlegging van prijs, structuur, exclusiviteit en hoofdvoorwaarden — meestal niet bindend behalve confidentialiteit en exclusiviteit.

Long-stop date

Uiterste datum waarop closing moet plaatsvinden. Bij niet-halen kan elke partij de deal beëindigen.

NBO

Non-Binding Offer. Niet-bindende eerste indicatie van prijs en structuur door een potentiële koper, na bestudering van het IM. Basis voor selectie tot exclusiviteit.

No-shop clause

Bepaling in LOI/SPA die verkoper verbiedt actief andere kopers te benaderen tijdens de exclusiviteits-periode.

Post-merger integration (PMI)

De integratiefase na closing: organisatie samenvoegen, IT-systemen migreren, klanten informeren, synergieën realiseren.

Process letter

Brief van verkoop-adviseur aan potentiële kopers met de procedurevoorschriften: deadlines, vereiste bod-elementen, gewenste deal-structuur, etc.

Q&A round

Gestructureerde vraag-antwoord-fase tijdens DD. Koper stelt schriftelijke vragen via de data room, verkoper-team antwoordt binnen overeengekomen termijn.

Sale and Purchase Agreement (SPA)

De definitieve koopovereenkomst. Bevat alle representations, warranties, indemnities, koopsom-mechaniek en closing-voorwaarden. Hoofddocument van de transactie.

Signing

Het moment waarop koper en verkoper de SPA tekenen. De juridische verbintenis wordt aangegaan; betaling en eigendomsoverdracht volgen bij closing.

Teaser

Anonieme korte presentatie (1-2 pagina's) die aan potentiële kopers wordt gestuurd om interesse te peilen, vóór een NDA wordt getekend.

Term sheet

Korte samenvatting (5-10 pagina's) van alle hoofdvoorwaarden van de deal. Vooraf aan de SPA, basis voor de juridische uitwerking.

Vendor due diligence (VDD)

DD-rapport dat verkoper laat opstellen vóór de markt op te gaan. Versnelt het proces en verhoogt de geloofwaardigheid bij potentiële kopers.

Categorie

Juridisch & contractueel

28 termen.

Anti-sandbagging / pro-sandbagging

Clausule die regelt of een koper kan claimen voor een breach die hij vóór closing al wist (pro-sandbagging) of dat dergelijke wetenschap claim uitsluit (anti-sandbagging).

Basket (de minimis & threshold)

Drempelmechanismen voor schadeclaims. 'De minimis' = minimumbedrag per individuele claim; 'threshold/tipping basket' = totaalbedrag voordat überhaupt geclaimd kan worden.

Business warranties

Garanties over de werking van het bedrijf zelf: financiële cijfers, contracten, personeel, fiscale positie. Beperkt qua cap en survival, gebruikelijk 12-24 maanden.

Cap

Maximum-bedrag dat verkoper aan schadevergoeding kan worden verplicht. Typisch 10-30% van de koopsom voor business warranties, 100% van de koopsom voor fundamental warranties.

Change of control

Bepaling in klant-, leverancier- of personeelscontracten die activeert bij eigendomswijziging. Kan opzeggingsrecht of heronderhandeling triggeren.

Completion accounts

Koopsom-mechaniek waarbij de definitieve prijs pas wordt berekend op basis van de balans bij closing. Vraagt 6-12 weken na-werkzaamheden.

Disclosure schedule

Bijlage bij de SPA waarin verkoper specifieke uitzonderingen op zijn garanties vermeldt: lopende geschillen, contractuele beperkingen, etc. Vermelde uitzonderingen zijn geen breach.

Escrow

Bedrag dat tijdelijk wordt geparkeerd bij een derde partij (notaris of bank), als zekerheid voor eventuele claims of garantie-aanspraken.

Fundamental warranties

Garanties over fundamentele zaken: eigendom van aandelen, bevoegdheid om te verkopen, geen faillissement. Vaak ongelimiteerd qua cap en lange survival-periode.

Indemnification escrow

Specifiek escrow-bedrag voor mogelijke garantie-claims. Typisch 5-15% van de koopsom, vrijgegeven na 12-24 maanden.

Indemnities (vrijwaringen)

Specifieke vrijwaringen voor bekende risico's. Geen algemene garantie maar gerichte verzekering tegen specifiek geïdentificeerde issues, vaak met afzonderlijke cap en survival.

Leakage

Bij locked-box: uitstromen van waarde tussen de locked-box-datum en closing, bijvoorbeeld via dividenden of niet-marktconforme transacties met de verkoper. Verboden zonder toestemming.

Liability cap

Aansprakelijkheidsplafond. Maximaal bedrag waarvoor een verkoper aansprakelijk is uit hoofde van de SPA. Onderscheid tussen general cap (business warranties) en hard cap (fundamentals).

Locked-box mechanism

Koopsom-mechaniek waarbij de prijs vastgelegd wordt op basis van een historische balansdatum. Geen completion accounts, geen prijscorrectie achteraf, wel een 'leakage'-bepaling.

MAC clause

Material Adverse Change-clausule. Geeft koper recht om af te zien van de transactie bij een wezenlijke ongunstige verandering tussen signing en closing.

MAE clause

Material Adverse Effect. Vergelijkbaar concept als MAC, vaak gebruikt als grondslag voor het inroepen van garantie-claims na closing.

MNDA

Mutual Non-Disclosure Agreement. Wederzijdse geheimhoudingsovereenkomst — beide partijen wisselen vertrouwelijke informatie uit.

NDA

Non-Disclosure Agreement. Geheimhoudingsovereenkomst die wordt getekend voordat een koper toegang krijgt tot vertrouwelijke informatie.

Notice of claim

Schriftelijke kennisgeving binnen de survival period waarin de koper een R&W-claim formeel meldt bij de verkoper. Tijdige notice is voorwaarde voor afdwingbaarheid.

Pre-closing covenants

Verplichtingen voor verkoper tussen signing en closing: bedrijf normaal blijven voeren, geen significante besluiten, koper informeren over materiële ontwikkelingen.

Representations (reps)

Verklaringen van de verkoper over feiten op een specifiek moment: 'het bedrijf heeft alle vereiste vergunningen' of 'er zijn geen lopende geschillen'. Schending leidt tot schade-aanspraak.

Restrictive covenants

Non-compete, non-solicitation en non-disclosure-verplichtingen voor de verkoper ná closing. Typisch 2-5 jaar, vaak gekoppeld aan een geografisch bereik.

Specific performance / nakoming

Vordering om de koper of verkoper te dwingen tot daadwerkelijke nakoming van de SPA, in plaats van of naast schadevergoeding.

Survival period

Periode waarin een R&W of indemnity geldig blijft en waarbinnen claims kunnen worden ingediend. Typisch 12-24 maanden voor business warranties, 5-7 jaar voor fundamental, 5-7 jaar voor tax.

Tax covenant / tax indemnity

Specifieke fiscale vrijwaring waarbij verkoper aansprakelijk blijft voor belastingclaims uit de pre-closing periode. Vrijwel altijd aanwezig in een Nederlandse SPA.

W&I insurance

Warranties & Indemnities-verzekering. Verzekert de koper tegen schade uit garantie-breaches, in plaats van directe verhaal op verkoper. In opmars in MKB-deals.

Warranties

Garanties die verkoper geeft over de toestand van het bedrijf, vaak gecombineerd met reps. In de SPA als 'representations & warranties' (R&W) afgekort.

Working capital adjustment

Correctie op de koopsom op basis van de werkelijke werkkapitaalpositie bij closing versus de afgesproken target. Kan ton-impact hebben.

Categorie

Spelers & rollen

14 termen.

Big Four

Deloitte, EY, KPMG, PwC — de vier grote accountantskantoren met M&A-praktijken. Vaak betrokken bij grotere MKB-deals voor DD en advies.

Boutique M&A-adviseur

Klein, gespecialiseerd advieskantoor voor middelgrote transacties. Vaak persoonlijker en niche-gerichter dan grote internationale spelers.

Buy-and-build platform

Strategie waarbij een PE-investeerder een eerste 'platform'-bedrijf koopt en daaromheen 'bolt-on' acquisities doet om een grotere keten te bouwen.

Buy-side advisor

M&A-adviseur die optreedt namens de koper. Helpt bij target-zoekstrategie, waardering, onderhandeling en DD-coördinatie.

Family office

Vermogensbeheerder van één of enkele families met vermogen in beheer. Investeert vaak in MKB met langere horizon dan klassieke PE.

Financiële koper

Investeerder die rendement nastreeft via groei, multiple-arbitrage en exit. Typisch private equity of family office.

General Partner (GP)

De manager van een PE-fonds: maakt investeringsbeslissingen, beheert portfoliobedrijven, realiseert exits.

Investment committee (IC)

Beslissingsorgaan binnen PE-fondsen of investeerders dat finale akkoord geeft op transacties.

Limited Partner (LP)

Investeerders in een PE-fonds (pensioenfondsen, family offices, fund-of-funds). Verschaffen het kapitaal maar besluiten niet over individuele deals.

MBI-kandidaat

Persoon die als externe manager een MKB-bedrijf wil overnemen. Vaak ex-corporate met operationele ervaring én eigen vermogen.

Private equity (PE)

Investeringsmaatschappijen die met bijeengebracht kapitaal bedrijven kopen, ontwikkelen en doorverkopen. Houdperiode typisch 3-7 jaar.

Search fund

Investeringsstructuur waarbij één of twee zoekers met externe investeerders een specifiek bedrijf zoeken om over te nemen en te leiden.

Sell-side advisor

M&A-adviseur die optreedt namens de verkoper. Maakt IM, voert proces, onderhandelt prijs en deal-structuur.

Strategische koper

Bedrijf dat overneemt voor synergie of marktpositie, niet voor financieel rendement. Betaalt vaak premium voor strategisch waardevolle targets.

Categorie

Financiering & deal-structuren

19 termen.

Cash sweep

Verplichte vervroegde aflossing met overtollige cash uit operaties. Beschermt de bank, beperkt cash-uitkering aan aandeelhouders.

Covenants

Verplichtingen waaraan het bedrijf moet voldoen onder de financieringsovereenkomst. 'Cov-heavy' = veel financiële ratio's te onderhouden; 'cov-lite' = beperkt of geen periodieke ratio-toetsing.

Debt service coverage ratio (DSCR)

EBITDA gedeeld door totale rente- en aflossingsverplichtingen. Indicatie of het bedrijf zijn schuldverplichtingen kan dragen. Banken eisen typisch DSCR > 1,2x.

Deferred consideration

Uitgestelde betaling van een deel van de koopsom, niet noodzakelijk performance-gebonden. Bv. 70% bij closing, 30% na 12 maanden.

Earn-out

Voorwaardelijk deel van de koopsom, afhankelijk van toekomstige performance over typisch 1-3 jaar. Verzacht waardetwist tussen koper en verkoper.

Equity bridge

Tijdelijke financiering tussen signing en closing, vaak om de cash-positie te overbruggen of een deel van de eigen-vermogens-financiering te ontwikkelen.

Equity ticket

De omvang van een eigen-vermogens-investering, typisch uitgedrukt in miljoenen euro's.

Holdback

Inhouding van een deel van de koopsom als zekerheid voor mogelijke claims. Vrijgegeven na een bepaalde periode.

Leverage ratio

Schuld gedeeld door EBITDA. Indicator van financiële druk. MKB-LBO's starten typisch op 3,0-3,5x leverage.

Mezzanine financing

Tussenvorm tussen senior debt en eigen vermogen. Hogere rente, achtergestelde positie, vaak met warrants of equity-kicker.

PIK (Payment In Kind)

Rente die niet wordt uitgekeerd in cash maar bij de hoofdsom wordt opgeteld. Komt vooral voor bij mezzanine-financiering.

Pre-money / post-money

Bedrijfswaardering vóór en ná investering. Bij €5M pre-money en €1M nieuwe investering: post-money waardering = €6M.

Revolving credit facility (RCF)

Doorlopend krediet voor werkkapitaalbehoeften. Naast de hoofdfinanciering, voor seizoensschommelingen en groei-investeringen.

Roll-over equity

Bij overname herinvesteert de verkoper een deel van zijn opbrengst in de nieuwe ondernemingsstructuur. Belangrijk in PE-deals waarbij management blijft.

Senior debt

De primaire schuldfinanciering, vaak van een bank, met eerste recht op terugbetaling. Typisch 50-60% van de overnamesom in een MKB-LBO.

Term loan

Banklening met vaste looptijd en aflossingsschema. In LBO's vaak gestructureerd als Term Loan A (amortiserend) of B (bullet).

Unitranche

Combinatie van senior en mezzanine in één faciliteit met één rente. Veelvoorkomend bij MKB-LBO's, vaak van fund-direct-lenders.

Vendor loan

Achtergestelde lening van de verkoper aan de koper, waardoor een deel van de koopsom over de tijd wordt betaald. Toont vertrouwen en helpt financieren.

Warrants / equity kicker

Recht om in de toekomst aandelen te verwerven tegen een vooraf bepaalde prijs. Vaak gegeven aan mezzanine-financiers als extra opbrengst.

Categorie

SaaS- en tech-specifiek

14 termen.

ARR

Annual Recurring Revenue. Geannualiseerde abonnementsomzet, exclusief eenmalige inkomsten. Kernmetric voor SaaS-waardering.

ARR multiple

Enterprise value gedeeld door ARR. Voor profitable SaaS typisch 3-6x, voor hoge-groei venture-stage tot 8x+. Belangrijke maatstaf naast EBITDA-multiplier.

Burn rate / runway

Burn = maandelijkse netto cash-verbruik. Runway = aantal maanden voordat de cash op is bij huidig burn-tempo. Cruciaal voor startups én SaaS-bedrijven in groei-investering.

CAC

Customer Acquisition Cost. De gemiddelde kosten om één nieuwe klant binnen te halen, inclusief sales- en marketinguitgaven.

CAC payback

Aantal maanden voordat de Customer Acquisition Cost is terugverdiend. Onder 12 maanden is uitstekend, boven 24 maanden is een waarschuwingssignaal.

Expansion revenue

Extra omzet van bestaande klanten via upsell, cross-sell of usage-groei. Cruciaal voor NRR > 100% en bovengemiddelde SaaS-multipliers.

GRR

Gross Revenue Retention. Idem als NRR, maar zonder uitbreidingsomzet meegerekend. Toont alleen behoud, niet groei.

LTV

Customer Lifetime Value. Verwachte totale omzet uit één klant over de gehele relatie. Vuistregel: LTV/CAC ratio boven 3 is gezond.

Magic number

Verhouding tussen sales/marketing-investering en gegenereerde nieuwe ARR. Boven 1,0 betekent dat verkoop-investeringen zichzelf binnen één jaar terugverdienen.

MRR

Monthly Recurring Revenue. Maandelijkse abonnementsomzet. ARR / 12, bij stabiele verbruikspatronen.

NRR

Net Revenue Retention. Hoeveel omzet uit een klantcohort over 12 maanden behouden of gegroeid is. Boven 100% = bestaande klanten leveren meer op dan vorig jaar.

Rule-of-40

Optelsom van groei-percentage en EBITDA-marge. Score boven 40 is uitstekend voor SaaS, boven 50 is top-tier.

TAM / SAM / SOM

Total / Serviceable / Serviceable Obtainable Market. Marktomvang-piramide: TAM = theoretisch totale markt, SAM = realistisch bereikbare deel, SOM = wat het bedrijf in z'n strategieperiode kan halen.

Categorie

Specifiek Nederland (juridisch & fiscaal)

20 termen.

403-verklaring

Aansprakelijkheidsverklaring (art. 2:403 BW) waarbij de moedervennootschap zich aansprakelijk stelt voor de schulden van een dochter. Standaard onderdeel van DD-checklist.

Aanmerkelijk belang (box 2)

Belastingbox voor DGA-aandeelhouders met ≥5% belang. Verkoopwinst wordt belast in box 2 — tarieven 24,5% (eerste schijf tot circa €67.000) en 31% (boven die schijf), tarieven kunnen jaarlijks wijzigen.

Agio

Het bedrag dat boven de nominale aandelenwaarde is gestort. Onderdeel van eigen vermogen, fiscaal anders behandeld dan kapitaal — terugbetaling van agio kent specifieke regels.

AVA en RvC

Algemene Vergadering van Aandeelhouders (hoogste orgaan) en Raad van Commissarissen (toezicht). Bij verkoop zijn AVA-besluiten en eventueel RvC-toestemming vereist.

Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)

Fiscale faciliteit (Successiewet) waarbij ondernemingsvermogen bij overdracht in familie grotendeels vrijgesteld is van schenk- en erfbelasting. Cruciaal voor familieoverdracht; voorwaarden zijn streng.

BV-structuur

Besloten Vennootschap. Standaard rechtsvorm voor MKB. Beperkte aansprakelijkheid, fiscaal flexibel, en de meest voorkomende vorm bij M&A-transacties in Nederland.

Deelnemingsvrijstelling

Nederlandse fiscale regeling (art. 13 Wet Vpb) waarbij dividenden en verkoopwinsten op kwalificerende deelnemingen (≥5% belang) belastingvrij zijn voor de holding.

Doorschuifregeling (DSR)

Fiscale faciliteit bij overdracht van AB-aandelen aan familie of werknemers, waarbij de belastingclaim wordt doorgeschoven naar de overnemer in plaats van direct afgerekend.

Fiscale eenheid Vpb

Fiscale samenvoeging van moeder- en dochtervennootschap voor de vennootschapsbelasting (art. 15 Wet Vpb). Wordt verbroken bij verkoop, met fiscale gevolgen voor onderlinge schuldverhoudingen.

Geconsolideerde jaarrekening

Gecombineerde jaarrekening van moeder + alle dochters. Verplicht bij omvang boven bepaalde drempels (art. 2:407 BW). Basis voor DD-analyse van groepsstructuren.

Goingconcern overdracht (BTW)

BTW-vrije overdracht bij verkoop van een complete onderneming als 'going concern' (art. 37d Wet OB). Belangrijk fiscaal voordeel bij asset deals.

Holdingstructuur

Tussenvennootschap die de werkmaatschappij houdt. Standaard MKB-constructie voor fiscale optimalisatie en risico-isolatie. Voorbereiding op verkoop typisch via deze structuur.

Innovatiebox

Verlaagd VPB-tarief (9%) voor winsten uit gepatenteerde innovatie of zelfontwikkelde software. Substantieel waarde-element bij IT/productie; vraagt om correct opgezette administratie.

KvK-uittreksel

Officiële uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Standaard onderdeel van DD-vereisten en altijd in de SPA-bijlagen.

STAK / Certificering van aandelen

Stichting Administratiekantoor die de aandelen houdt en certificaten uitgeeft. Splitst economisch belang en stemrecht. Vaak gebruikt bij opvolgingsplanning en werknemerparticipaties.

Stakingswinst

Fiscale winst bij beëindiging van de onderneming. Voor IB-ondernemers zijn er specifieke stakingsfaciliteiten beschikbaar. Voor DGA's bij verkoop van AB-aandelen geldt box 2-tarief.

Stamrecht (uitfasering)

Fiscale faciliteit waarbij een DGA verkoopopbrengst kon herinvesteren in een lijfrente. Sinds 2014 niet meer voor nieuwe gevallen, oude stamrechten lopen door tot uitkering.

WBSO

Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk. Subsidie voor R&D-loonkosten. Bij verkoop relevant voor R&D-intensieve productie- en techbedrijven; lopende WBSO-claims zijn DD-onderwerp.

Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties)

Wet die schijnzelfstandigheid van ZZP'ers tegengaat. Bij DD relevant: contracteren bedrijven hun ZZP'ers correct? Naheffing-risico bij Belastingdienst.

Wet werk en zekerheid (Wwz) / Wet arbeidsmarkt in balans (Wab)

Arbeidsrechtelijke wetgeving die ontslagregels, contractduur en transitievergoeding regelt. DD-onderwerp bij personeel-intensieve overnames.

Disclaimer · informatieve naslag

De begrippen op deze pagina zijn kort en in begrijpelijke taal uitgelegd ten behoeve van orientatie. Aan deze samenvattingen kunnen geen rechten worden ontleend; de werkelijke juridische, fiscale en financiële definities kunnen genuanceerder zijn dan hier gepresenteerd, en fiscale tarieven en wettelijke drempels kunnen tussentijds wijzigen.

Toepassing op een specifieke situatie vereist persoonlijke beoordeling door een M&A-, fiscaal of juridisch adviseur. Onze algemene voorwaarden en privacyverklaring zijn van toepassing.

Klaar voor de volgende stap?

Plan een vertrouwelijk en vrijblijvend kennismakingsgesprek.

Gesprek inplannen +31 (0)6 17 454 088